Opdracht: reflectie ifv de praktijk
- Kies 5 werkvormen uit de lijst( PPT) een geef een korte beschrijving van deze werkvorm
- Voorzie minstens drie actieve werkvormen tijdens je stage binnen de lessen WO. Bewijs aan de hand van LV/ fotomateriaal.
- Maak ook duidelijk wat het doel is van deze lesdelen
Werkvormen:
1) Klassengesprek: een gesprek dat gevoerd wordt met heel de klas tijdens deze gesprekken word er gepraat over een bepaald onderwerp en wordt erover gediscussieerd en hun gedachten over dit onderwerp met elkaar gedeeld. Er komt feedback van de leerkracht en van hun leerlingen. De leerkracht leidt het gesprek in goede banen.
2) Kringgesprek: Dit is een gesprek over een bepaald onderwerp ( meestal gekozen door de leerkracht) dat wordt gevoerd in een kringvorm. Hier wisselen leerlingen en leerkrachten hun gedachten uit over dit bepaald onderwerp.
3) Leergesprek: Dit gesprek wordt vaak gevoerd na een bepaalde opdracht, er wordt naar hun fouten gekeken of zaken die ze al juist gedaan hebben en op basis daarvan gaat de leerkracht uitleggen wat er al goed ging en wat nog beter kan. Vervolgens geeft de leerkracht dan verder aan hoe ze deze obstakels kunnen aanpakken of verbeteren.
4) Demonstratie: De leerkracht laat zien want het gewenste gedrag/ beweging is aan de leerlingen. Ze laat hen de activiteit observeren zodat ze het later kunnen kopiëren.
5) Hoekenwerk: De klas is verdeeld in verschillende hoeken in deze hoeken staan tafels, op deze tafels staat materiaal waarmee de leerlingen kunnen werken. De hoeken hebben meestal een bepaald doorschuif systeem zodat iedere leerling met hun groepje iedere hoek heeft gehad. In deze hoeken voeren de leerlingen wat ze geleerd hebben uit in de praktijk.
Lesvoorbereiding + werkblaadje (klik deze link aan om te downloaden):
Klasgesprek aanwezig: in het begin van deze les is er een klasgesprek tussen leerling/leerkracht. Ze gaan met elkaar in interactie over het onderwerp ziek zijn. Dit heeft als doel hun voorkennis van dit onderwerp al te prikkelen zodat er nieuwe leerstof aan gekoppeld kan worden. Wat dan weer zorgt voor een goede
oriëntatie van de leerstof.
Groepswerk aanwezig: de leerlingen mogen per twee de informatie verwerken. Dit met als doel dat de leerlingen meerdere meningen horen over hun onderwerp.
Zo kunnen ze hun bevinden samen onderzoeken over het onderwerp en hun belevenissen vertellen. Op deze actieve manier van informatie wisselen van hun eigen soortgenoten worden er meer associaties verteld waardoor de informatie langer of permanent blijft hangen.
Leergesprek aanwezig: Op het einde van de les is een leergesprek aanwezig dit met als doel om de leerlingen hun informatie te structureren en als reflectie. Zo kom je erachter wat de leerlingen hebben opgestoken van de les, en wat er nog anders kan. Zodat er naar de volgende les nog enkele aanpassingen kunnen worden gebracht. Zo weet je wat er al goed ging en wat er nog beter kan.
NAREFLECTIE
Dit was een erg nuttige opdracht die ons veel geleerd heeft over de manier waarop een les WO moet worden vormgegeven. De hierboven weergegeven bedenkingen werden in onze lesvoorbereidingen gebruikt en hebben tot aangenaam verrassende resultaten geleid.